Jongens waren we…

Jongens waren we – maar aardige jongens. Al zeg ik ‘t zelf.
De beroemde openingszin van Nescio’s Titaantjes.
In het Oosterpark zijn de jongens vereeuwigd.

Wij waren boven de wereld en de wereld was boven ons en drukte zwaar op ons. Wij waren arm. Bekker en ik moesten ‘t grootste deel van onzen tijd op kantoor doorbrengen en doen wat die heeren zeiden en hun domme opinies aanhooren. (…)
O, wij namen wraak, wij leerden talen, waarvan zij de namen nooit gehoord hebben en wij lazen boeken waar zij niets van konden begrijpen, wij doorleefden gevoelens waarvan zij het bestaan niet vermoedden. ‘s Zondags liepen wij uren en uren ver over wegen, waar zij nooit kwamen, en op kantoor dachten wij aan de slootjes en de weilanden die wij gezien hadden en terwijl de heeren ons bevalen dingen te doen waarvan wij ‘t nut niet begrepen, dachten wij er aan hoe Zondagavond de zon was ondergegaan achter Abcoû.” (hoofdstuk 2)

Hans Bayens maakte het beeld als eerbetoon aan Nescio, pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh (1882-1961). De jongens Bavink, Hoyer en Koekebakker hangend op een bankje die het Oosterpark overzien. Ze bekijken net zoals hun bedenker de personen die door het park lopen. Het oorspronkelijke beeld, door Grönlohs weduwe onthuld in 1971, werd in 1985 gestolen, maar in 1988 werd een nieuw afgietsel geplaatst.

Anderhalve meter maatschappij

De dames Wolff en Deken houden hier geen anderhalve meter afstand. Een mondkapje is daarom wel vereist.

Betje Wolff en Aagje Deken zijn mijn muzen. Dit was het eerste standbeeld dat ik fotografeerde voor een cursus portretfotografie. Daarna heb ik ze vaker op de de foto gezet, bij felle zon, met herfsttinten op de achtergrond of met ijs op de Amstel. Maar ze hebben nooit eerder op m’n blog gestaan. Aan hen de eer om als eerste met mondkapjes in het blog te komen.
Het beeld is van Hans Bayens en staat in Nes aan de Amstel.

(Beroemd) beeld met boek

Vandaag zijn alle ogen gericht op de Amerikaanse verkiezingen. Wordt het Trump of Biden? Deze beroemde dame zal het allemaal niet veel uitmaken. Welke president er ook gekozen wordt, zij blijft wel staan. Al staat ze hier niet in New York, maar in ons eigen Amsterdam, op de Prins Hendrikkade.

Omdat ze een boek in haar hand heeft, mag ze vandaag op mijn blog staan. De titel van haar boek: 4 juli 1775.

Hoekman met boek

Dit is de tweede beursman die ik tegenkom in Amsterdam. De eerste staat rustig zijn krantje te lezen voor het gebouw van Het Financieele Dagblad. Deze ‘Hoekman’ is druk, druk, druk… telefoon in de ene, boek in de andere hand en de auto met chauffeur die op hem wacht, zoals het een echte beursman betaamt.

Hoekman is een van de vier beelden op de Vierwindstrekenbrug in de Jan van Galenstraat, Amsterdam-West. Op elke hoek staat een beeld uit een van de vier windstreken:

  • Een Eskimo staat voor het (koude) Noorden,
  • Een Afrikaanse krijger/jager met speer en schild staat voor het Zuiden,
  • Een Chinese stuwadoor/havenarbeider op (de) Chinese muur staat voor het (Verre) Oosten,
  • Een telefonerende beurshandelaar/hoekman met bolhoed en cahier, geflankeerd door een kantoor, handelskoersen en twee auto’s, staat voor het Westen.

Lezen tussen de bouwvakkers

Verder dan een paar dagen fietsen in Duitsland reikt mijn buitenland dit jaar niet. Heel anders dan voorgaande jaren, maar het leverde wel weer een paar lezende beelden op.
Dit meisje bijvoorbeeld. De bouwwerkzaamheden lijken haar niet echt te deren, ze leest onverstoorbaar door. Maar haar zusje in Almelo zit toch een stuk rustiger.

‘Lezend meisje op de bank’ is van Jürgen Ebert en staat hier voor de zij-ingang van de Sankt Antonius Dom in Gronau.

De heilige Antonius met varken

Het lezende meisje verkeert in goed gezelschap. Haar buurman is de heilige Antonius de Grote, uit Egypte.

De Heilige Antonius de Grote werd rond 251 geboren in een christengezin in Egypte. Toen hij 20 jaar was stierven zijn ouders en lieten hem een aanzienlijk vermogen na. Maar schonk al zijn bezittingen aan de armen en trok zich terug in de woestijn om een leven van gebed te leiden. Later voegden andere christenen zich bij hem en samen vormden ze een van de eerste gemeenschappen van monniken in zijn klooster van Sint-Antonius. Antonius wordt dan ook beschouwd als de grondlegger van het kloosterleven.
Hij stierf waarschijnlijk op 105-jarige leeftijd.

Sinds de middeleeuwen wordt hij met een varken afgebeeld. De Antonieten mochten namelijk, als dank het verplegen van de zieken hun varkens vrij in de dorpen laten rondlopen om zo voedsel bij elkaar te scharrelen.
Verder draagt hij een Antoniuskruis of Tau(-kruis) bij zich, een onderscheidingsteken van de Orde van Sint-Antonius, een kruis in T-vorm met daaraan een Antoniusklokje.
Tot slot heeft hij vaak een boek of boekrol in zijn hand. Hij zag de natuur als een boek dat gelezen kan worden als een bron van godskennis. Een bezoeker zou Antonius gevraagd hebben hoe hij het als kluizenaar toch zonder boeken kon stellen. Het antwoord van Antonius was: Mijn boek is de gehele natuur en ik kan dat boek lezen wanneer ik wil.

Bij het beeld staat geschreven:
Antonius der Grosse 251-356 n. CHr, Einsiedler in Ägyptenm Abt
Attribute: Schwein, T-Kreuz, Glocke, Buch
Den Armen ein grossmütiger Helfer in der not den mächtigen seiner zeit ein kluger Ratgeber Kämpfer gegen menschl. Schwächen und süchte patron dieser Pfarrgemeinde seit 1538
1988 auch heute noch wegweiserfür viele

Antonius de Grote, Kluizenaar in Egypte
Attributen: varken, T-kruis, bel, boek
Een grootmoedig helper voor de armen in nood, een adviseur van de machtigen zijner tijd
Strijder tegen menselijke zwakheden en verslavingen, beschermheer van deze parochie sinds 1538
Ook vandaag de dag nog steeds een gids voor velen, 1988


Beeld staat voor de Sankt Antonius Dom in Gronau.

Het Veerse Gat

Zeeland recreatieland
Het kleinste dorp, de grootste stad
Zij hebben allemaal wel wat
Een kanovijver, echoput
Een oude man, een oude hut
En aan het strand verdomd veel zand
Zeeland recreatieland


Op weg naar Veere zong het de hele tijd door mijn hoofd, dit liedje van Jaap Fisher.

Veere recreatiestad
Een toren met een restaurant
Een walle- en een waterkant
Een havenkroeg, 1 havenmeid
En veel antiek uit d’oude tijd
Het meterslange wandelpad
En tot besluit het Veerse – hee wat is dat?
Waar is het Veerse Gat?

En bij dat Veere Gat staat dit lezende beeld. Het is schrijver en dichter Adriaen Valerius, notaris en stedelijk magistraat uit Veere (1570-1625).

Mij zei de naam Adriaen Valerius helemaal niets, maar voor de Nederlandse geschiedenis is hij geen onbelangrijk man: Vlak na zijn dood verscheen zijn belangrijkste werk, de Nederlandtsche gedenck-clanck, een verzameling geuzenliederen. Het gedenck-clanck vertelt het verhaal van de Tachtigjarige Oorlog, doorspekt met door Valerius bewerkte geuzenliederen en nieuwe, door hem gedichte liederen. Het bekendste lied uit deze bundel is het Wilhelmus, oorspronkelijk ook een geuzenlied.
Dus op de terugweg uit Veere maakte ‘Het Veerse Gat‘ plaats voor de klanken van ons volkslied.

Het beeld is van Mari Andriessen (ik fotografeerde eerder deze zomer ook een beeld van hem: ir. Lely op de Afsluitdijk) en staat in de Oliemolenstraat.

Drentse lezers

Dat ze in Drenthe van lezen houden, blijkt wel uit de vele lezende beeldjes en beeldjes van schrijvers die ik er heb gevonden. Eerder fotografeerde ik al in Emmen, Roden en Zuidwolde. Vandaag staan ze in Zuidlaren, Beilen, Veeningen en Borger.

Voorlezende moeder, beeld bij de bibliotheek van Zuidlaren, van Onno de Ruijter, 1977

Hier staat de Drentse dichter en schrijver Roel Reijntjes.
Onder het beeld staat een voor Reijntjes typerende uitspraak: “Het leven is net een siepel. A’j’m ofpuult, krie’j de traonen in de ogen’.
Beeld is van Bert Kiewiet, 2004, en staat op de Brink in Beilen.

Alles onder één dak, heet dit beeld. Drie beeldjes in één, met aan deze kant het lezende kind.
Het staat op de Schoolweg in Veeningen en is gemaakt door Onno de Ruijter, 1980

Dit is Harm Tiesing (1853-1936) schrijver van het Drentse leven.
Beeld staat op de Brink in Borger en is van Gerrit Santing, 1976

De snikken van Piet Paaltjens

Dit kunstwerk stelt een gebroken hart en twee gezichten voor met daarop een opengeslagen boek. Het is een ode aan François Haverschmidt en staat in Foudgum, een heel klein dorpje in de buurt van Dokkum. 

François Haverschmidt (1835-1894), beter bekend als Piet Paaltjens, heeft direct na zijn studie een paar jaar in Foudgum gewerkt als predikant. Hij is vooral bekend geworden door de dichtbundel Snikken en grimlachjes waarin de (gemiste) liefde een grote rol speelt.
Het gebroken hart verwijst daarna.

In het boek heeft hij geschreven:
Dit heertje met zijn witte das
Was eertijds een minnezanger;
Doch sinds het die witte das aanheeft,
Minnedicht het niet langer,

Nu preekt het en doet huisbezoek,
En voor de variatie,
Houdt het ‘s winters, driemaal in de week,
Lidmatencatchechisatie.

Ik bezweer u, mijn allerliefste vriendin!
De draak hier niet mee te steken;
Er zit wezenlijk zo iets aandoenlijks in,
Dat een hart er wel van mocht breken.


François Haverschmidt, september 1865

Gebroken Hart, Hillie van der Gang, 1994