Hoekman met boek

Dit is de tweede beursman die ik tegenkom in Amsterdam. De eerste staat rustig zijn krantje te lezen voor het gebouw van Het Financieele Dagblad. Deze ‘Hoekman’ is druk, druk, druk… telefoon in de ene, boek in de andere hand en de auto met chauffeur die op hem wacht, zoals het een echte beursman betaamt.

Hoekman is een van de vier beelden op de Vierwindstrekenbrug in de Jan van Galenstraat, Amsterdam-West. Op elke hoek staat een beeld uit een van de vier windstreken:

  • Een Eskimo staat voor het (koude) Noorden,
  • Een Afrikaanse krijger/jager met speer en schild staat voor het Zuiden,
  • Een Chinese stuwadoor/havenarbeider op (de) Chinese muur staat voor het (Verre) Oosten,
  • Een telefonerende beurshandelaar/hoekman met bolhoed en cahier, geflankeerd door een kantoor, handelskoersen en twee auto’s, staat voor het Westen.

Lezen tussen de bouwvakkers

Verder dan een paar dagen fietsen in Duitsland reikt mijn buitenland dit jaar niet. Heel anders dan voorgaande jaren, maar het leverde wel weer een paar lezende beelden op.
Dit meisje bijvoorbeeld. De bouwwerkzaamheden lijken haar niet echt te deren, ze leest onverstoorbaar door. Maar haar zusje in Almelo zit toch een stuk rustiger.

‘Lezend meisje op de bank’ is van Jürgen Ebert en staat hier voor de zij-ingang van de Sankt Antonius Dom in Gronau.

De heilige Antonius met varken

Het lezende meisje verkeert in goed gezelschap. Haar buurman is de heilige Antonius de Grote, uit Egypte.

De Heilige Antonius de Grote werd rond 251 geboren in een christengezin in Egypte. Toen hij 20 jaar was stierven zijn ouders en lieten hem een aanzienlijk vermogen na. Maar schonk al zijn bezittingen aan de armen en trok zich terug in de woestijn om een leven van gebed te leiden. Later voegden andere christenen zich bij hem en samen vormden ze een van de eerste gemeenschappen van monniken in zijn klooster van Sint-Antonius. Antonius wordt dan ook beschouwd als de grondlegger van het kloosterleven.
Hij stierf waarschijnlijk op 105-jarige leeftijd.

Sinds de middeleeuwen wordt hij met een varken afgebeeld. De Antonieten mochten namelijk, als dank het verplegen van de zieken hun varkens vrij in de dorpen laten rondlopen om zo voedsel bij elkaar te scharrelen.
Verder draagt hij een Antoniuskruis of Tau(-kruis) bij zich, een onderscheidingsteken van de Orde van Sint-Antonius, een kruis in T-vorm met daaraan een Antoniusklokje.
Tot slot heeft hij vaak een boek of boekrol in zijn hand. Hij zag de natuur als een boek dat gelezen kan worden als een bron van godskennis. Een bezoeker zou Antonius gevraagd hebben hoe hij het als kluizenaar toch zonder boeken kon stellen. Het antwoord van Antonius was: Mijn boek is de gehele natuur en ik kan dat boek lezen wanneer ik wil.

Bij het beeld staat geschreven:
Antonius der Grosse 251-356 n. CHr, Einsiedler in Ägyptenm Abt
Attribute: Schwein, T-Kreuz, Glocke, Buch
Den Armen ein grossmütiger Helfer in der not den mächtigen seiner zeit ein kluger Ratgeber Kämpfer gegen menschl. Schwächen und süchte patron dieser Pfarrgemeinde seit 1538
1988 auch heute noch wegweiserfür viele

Antonius de Grote, Kluizenaar in Egypte
Attributen: varken, T-kruis, bel, boek
Een grootmoedig helper voor de armen in nood, een adviseur van de machtigen zijner tijd
Strijder tegen menselijke zwakheden en verslavingen, beschermheer van deze parochie sinds 1538
Ook vandaag de dag nog steeds een gids voor velen, 1988


Beeld staat voor de Sankt Antonius Dom in Gronau.

Het Veerse Gat

Zeeland recreatieland
Het kleinste dorp, de grootste stad
Zij hebben allemaal wel wat
Een kanovijver, echoput
Een oude man, een oude hut
En aan het strand verdomd veel zand
Zeeland recreatieland


Op weg naar Veere zong het de hele tijd door mijn hoofd, dit liedje van Jaap Fisher.

Veere recreatiestad
Een toren met een restaurant
Een walle- en een waterkant
Een havenkroeg, 1 havenmeid
En veel antiek uit d’oude tijd
Het meterslange wandelpad
En tot besluit het Veerse – hee wat is dat?
Waar is het Veerse Gat?

En bij dat Veere Gat staat dit lezende beeld. Het is schrijver en dichter Adriaen Valerius, notaris en stedelijk magistraat uit Veere (1570-1625).

Mij zei de naam Adriaen Valerius helemaal niets, maar voor de Nederlandse geschiedenis is hij geen onbelangrijk man: Vlak na zijn dood verscheen zijn belangrijkste werk, de Nederlandtsche gedenck-clanck, een verzameling geuzenliederen. Het gedenck-clanck vertelt het verhaal van de Tachtigjarige Oorlog, doorspekt met door Valerius bewerkte geuzenliederen en nieuwe, door hem gedichte liederen. Het bekendste lied uit deze bundel is het Wilhelmus, oorspronkelijk ook een geuzenlied.
Dus op de terugweg uit Veere maakte ‘Het Veerse Gat‘ plaats voor de klanken van ons volkslied.

Het beeld is van Mari Andriessen (ik fotografeerde eerder deze zomer ook een beeld van hem: ir. Lely op de Afsluitdijk) en staat in de Oliemolenstraat.

Drentse lezers

Dat ze in Drenthe van lezen houden, blijkt wel uit de vele lezende beeldjes en beeldjes van schrijvers die ik er heb gevonden. Eerder fotografeerde ik al in Emmen, Roden en Zuidwolde. Vandaag staan ze in Zuidlaren, Beilen, Veeningen en Borger.

Voorlezende moeder, beeld bij de bibliotheek van Zuidlaren, van Onno de Ruijter, 1977

Hier staat de Drentse dichter en schrijver Roel Reijntjes.
Onder het beeld staat een voor Reijntjes typerende uitspraak: “Het leven is net een siepel. A’j’m ofpuult, krie’j de traonen in de ogen’.
Beeld is van Bert Kiewiet, 2004, en staat op de Brink in Beilen.

Alles onder één dak, heet dit beeld. Drie beeldjes in één, met aan deze kant het lezende kind.
Het staat op de Schoolweg in Veeningen en is gemaakt door Onno de Ruijter, 1980

Dit is Harm Tiesing (1853-1936) schrijver van het Drentse leven.
Beeld staat op de Brink in Borger en is van Gerrit Santing, 1976

De snikken van Piet Paaltjens

Dit kunstwerk stelt een gebroken hart en twee gezichten voor met daarop een opengeslagen boek. Het is een ode aan François Haverschmidt en staat in Foudgum, een heel klein dorpje in de buurt van Dokkum. 

François Haverschmidt (1835-1894), beter bekend als Piet Paaltjens, heeft direct na zijn studie een paar jaar in Foudgum gewerkt als predikant. Hij is vooral bekend geworden door de dichtbundel Snikken en grimlachjes waarin de (gemiste) liefde een grote rol speelt.
Het gebroken hart verwijst daarna.

In het boek heeft hij geschreven:
Dit heertje met zijn witte das
Was eertijds een minnezanger;
Doch sinds het die witte das aanheeft,
Minnedicht het niet langer,

Nu preekt het en doet huisbezoek,
En voor de variatie,
Houdt het ‘s winters, driemaal in de week,
Lidmatencatchechisatie.

Ik bezweer u, mijn allerliefste vriendin!
De draak hier niet mee te steken;
Er zit wezenlijk zo iets aandoenlijks in,
Dat een hart er wel van mocht breken.


François Haverschmidt, september 1865

Gebroken Hart, Hillie van der Gang, 1994

Geleerde heren met boek

Een weekje vakantie in Noord-Nederland heeft weer wat mooie boekenbeelden opgeleverd. Om te beginnen twee ‘oude’ bekenden: Bonifatius en ir. Cornelis Lely.

Bonifatius

Iedereen heeft het op school geleerd: Bonifatius in 754 bij Dokkum vermoord.
Maar wie was hij eigenlijk?

Als Engelse monnik Winfried ontving hij in 719 in Rome de naam Bonifatius (hij die goede dingen doet). Daarmee kreeg hij ook het recht het evangelie te verkondigen.
Het kerstenen (bekeren) van de heidense Friezen tot het Christendom was een van zijn doelen. Maar de Friezen lieten zich niet zo makkelijk bekeren.
Als hoogbejaarde kerkelijk leider keert hij nog een keer terug naar Friesland. De reis naar Dokkum had iets weg van een parade, een machtsvertoon. Tot zijn gevolg behoorden veel kerkdienaren. Er was een gewapende escorte. Er werden tenten meegevoerd om comfortabel te kunnen overnachten. De expeditie leek voor de Friezen op een oprukkend leger, dat op kruistocht was. De dag nadat hij in Dokkum zijn kamp had opgezet, werd Bonifatius overvallen door een groep gewapende Friezen die een slachtpartij aanrichten. Het verhaal gaat dat Bonifatius de zwaardslagen probeerde af te weren met een boek.

Op het voetstuk staat de tekst ‘hic Bonifatio lumen vitae extortum DCCLIV, hic frisea evangelii lumen exortum’ (Hier werd Bonifatius het levenslicht ontnomen, 754, hier ging voor Friesland het licht van het evangelie op.)
Het kalkstenen standbeeld is in 1964 gemaakt voor G. Bolhuis en staat aan de Bronlaan in Dokkum.

Bij de kerk staat ook nog een
gedenkteken voor Bonifatius:

Een boek als schild
Verscholen achter een struik
zag een meisje hoe Bonifatius
een bijbel boven zijn hoofd hield om
de slag met het zwaard op te vangen.
Zo genoot hij bij zijn sterven de bescherming van het boek
dat hij tijdens zijn leven
met zoveel gretigheid gelezen had.
Het verhaal werd doorverteld om
duidelijk te maken dat Bonifatius
over geen andere wapens wilde beschikken.
Zijn enige wapen het woord van God. Priesters mochten geen bloed vergieten.

Ir. Cornelis Lely

Het bekendste werk van ir. Cornelis Lely (1854-1929) is wel de Zuiderzeewerken. Als waterbouwkundige ontwierp hij in 1891 een eerste concept voor de afsluiting van de Zuiderzee. Na zijn dood, in 1932 werd de Afsluitdijk – grotendeels uitgevoerd volgens zijn plannen – definitief afgesloten.  

Op 23 september 1954, zijn honderdste geboortedag, werd dit standbeeld onthuld door Koningin Juliana. Het beeld is gemaakt door Mari Andriessen en staat tegenover het ‘Monument’ op de Afsluitdijk. Welk boek hij onder zijn arm klemt, wordt nergens genoemd. Gezien de grootte, vermoed ik een atlas.

Klein uitstapje

Op weg naar Dokkum, voor het beeld van Bonifatius, sloegen wij een verkeerde weg in en kwamen uit in Sint Annaparochie. Mijn oma heeft hier als kind gewoond, maar ik ken het dorp eigenlijk niet. Toen zij mijn oma werd, woonde ze al lang in Vreeland.
Even uitstappen dus voor een klein uitstapje.

Op het kerkplein trof ik dit beeld. Geen ‘lezend beeld’ of ‘beeld met boek’; het is Rembrandt die zijn bruid Saskia van Uylenburgh schildert. Dus eigenlijk hoort het niet op mijn site. Maar zij zijn hier getrouwd (1634), in het kerkje waar mijn oma iedere zondag ter kerke ging.
Ik permitteer mij dit keer een klein uitstapje.
Het beeld is van S. Boschma-Berkhout.

Helemaal alleen

Daar staat ze, helemaal alleen, geen lieve meneer meer met die hele stapel mooie boeken. Nu moet ze het doen met alleen het boek dat ze onder haar arm klemt.

Dit meisje staat in Zuidwolde, voor de Bibliotheek, de meneer is jaren geleden gestolen en nooit meer teruggevonden. Het beeld is van Marijke Ravenswaaij-Deege, gemaakt in 1997. De foto rechts is van Van der Krogt.