Lezende schrijvers bij Amsterdamse Schouwburg

Op de plaats van de eerste Amsterdamse Schouwburg, aan de Keizersgracht (nummer 384), hangt dit beeld. ‘Hooft, Coster en Vondel, Pioniers van het Nederlands Toneel’ staat op de plakkette eronder. Verder staan er vier jaartallen vermeld: 1617, 1637, 1772 en 1983.

Deze schouwburg, van Jacob van Campen, was de eerste stadsschouwburg van Amsterdam, gebouwd in 1637, in 1772 afgebrand; alleen de poort van de schouwburg bleef behouden.
In 1983 is dit beeld onthuld.
Blijft over het jaartal 1617; dit jaartal verwijst naar de opzet van de Rederijkers.

De Rederijkers waren amateurdichters en voordrachtkunstenaars die zich vanaf 16e eeuw gingen organiseren in verenigingen. In 1617 richtten zij, onder leiding van toneelschrijver Samuel Coster, de ‘Academie’ op, naar Italiaans voorbeeld. Het doel was de verspreiding van kunst en wetenschap. In de loop van de welvarende Gouden Eeuw ontstond de behoefte aan een permanent theatergebouw. Jacob van Campen kreeg de opdracht dit theater te ontwerpen, ook weer naar Italiaans voorbeeld.
De schouwburg zou op 26 december 1637 officieel worden geopend met Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel. Echter de leden van de kerkenraad verhinderden de première op tweede kerstdag. Zij beklaagden zich over een roomse scène in het stuk. Op 3 januari 1638 werd de schouwburg alsnog geopend met een aangepaste ‘Gijsbrecht’. De opvoering van dit toneelstuk is eeuwenlang een traditie geweest, aanvankelijk als kerstspel, later op nieuwjaarsdag. De traditie hield stand tot 1968. Toen nam de populariteit van de Gijsbrecht snel af, tradities verloren het van vernieuwing en de Gijsbrecht stond daarbij – als symbool van traditie – aan de verkeerde kant.

Begin deze eeuw is de traditie nieuw leven in geblazen, tussen 2012 en 2014 is het stuk weer een aantal keer opgevoerd op en rond nieuwjaarsdag in de Schouwburg van Amsterdam, nu aan het Leidseplein.

Waarom P.C. Hooft hier afgebeeld staat kan ik nergens terugvinden. Waarschijnlijk omdat hij, naast Joost van den Vondel, gezien wordt als een van de belangrijkste dichters en toneelschrijvers uit die tijd.

Gedenksteen voor Hella Haasse in Nieuwe Kerk

In de krant las ik dat Hella Haasse een gedenksteen krijgt in de Nieuwe Kerk. Op 2 februari is ze 100 jaar geleden geboren. De steen wordt op 1 februari officieel onthuld door haar kleindochters. Deze week was ik in de Nieuwe Kerk voor een tentoonstelling. De steen lag al klaar op schragen. 

Het eerste boek dat ik van Hella Haasse las, was Oeroeg; verplichte kost op de middelbare school. Iedereen weet dat zij het heeft geschreven. Maar bij verschijning, in 1948, stond de auteur niet op de omslag. Het was het boekenweekgeschenk dat in die jaren nog een prijsvraag bevatte; de lezer kon de auteur raden.
In de nalatenschap van mijn vader vond ik het originele geschenk. Het antwoordkaartje zat er nog in, hij heeft dus zijn oplossing niet ingestuurd. Maar hij had het toch fout, hij koos voor Jo de Wit, die naam staat onderstreept in het lijstje waar je toendertijd uit kon kiezen. Hij heeft ook de goede schrijversnaam later nog genoteerd in het boekje. 

Als we lezen…

… dan …

Niet alleen wijze woorden, ook ware woorden.

Lezen verbetert namelijk niet alleen de sociale vaardigheden, maar ook zijn lezers empathischer. Dat blijkt uit hersenonderzoek; onze hersenen maken weinig onderscheid tussen de ervaringen die we zelf meemaken en die waar we over lezen: op mri-scans is te zien dat dezelfde hersengebieden actief worden.
Door te lezen kun je je beter verplaatsen in anderen en krijg je oog voor andere standpunten. In een boek lees je immers het verhaal van iemand anders, met diens gedachten en gevoelens erbij. Hierdoor begrijp je dat er ook andere manieren zijn om naar de wereld te kijken en leer je dat personages door allerlei redenen verschillend kunnen reageren op gebeurtenissen.
En onderzoekers ontdekten dat mensen hun hersenactiviteit echt vergroten door te lezen: je brein wordt sterker, je woordenschat groter en je fantasie levendiger. Het onderzoek gebeurde met behulp van hersenscans. Daarop was te zien dat mensen na het lezen van een boek veel meer verbindingen hadden in de linker hersenhelft. En dit effect was tot vijf dagen na de test meetbaar. 
Door te lezen reizen we vanuit onze leunstoel, ontmoeten we veel mensen en kunnen we de wereld beter begrijpen.

Plakkaat op het Kloosterpad in Den Haag 

Heilige Ursula

Boven een van de poortjes van het Begijnhof houdt de heilige Ursula de wacht. Onder  haar gespreide armen beschermt ze enkele van de ‘11.000’ maagden met wie zij op de vlucht was voor haar vader, de heidense Engelse vorstenzoon Ethericus, die haar wilde uithuwelijken. Het aantal van 11.000 berust vermoedelijk op een foute interpretatie van de oorspronkelijke tekst. Daar stond XI M, waarbij de M als duizend is geïnterpreteerd, maar waarschijnlijk was deze letter bedoeld als afkorting voor ‘martelaren’.
Een van de maagden heeft een bijbelboek onder haar arm.

Sluitsteen boven het poortje van het Begijnhof in de Gedempte Begijnensloot, Amsterdam

Amsterdam Light Festival

Ik maakte dit jaar mijn eigen Amsterdam Light Festival. De kunstwerken van het echte festival vond ik deze keer niet zo indrukwekkend. De andere kant van de straat leverde voor mij meer inspiratie op. Lopend langs het Scheepvaartmuseum, had ik een mooi inkijkje in de bibliotheek. 

En op de gracht spotte ik deze mooie boekenkast. 

Bibliotheek in Paleis ’t Loo

Ik was er nog nooit geweest, dus die drie jaren dat het nu dicht gaat, hadden er ook nog wel bij gekund. Maar als iets een paar jaar dicht gaat, wil je er ineens per se naar toe: Paleis ’t Loo. 
De Oranjes leken me geen grote lezers. De bibliotheek was niet groot en erg donker. Mooi sfeerlicht, maar te weinig om lekker bij te lezen, en moeilijk om een foto te kunnen maken. Via de mooie spiegel in het plafond kreeg ik toch een aardig beeld.

Een muur van gevelstenen

Soms struikelde ik bijna over een losliggende stoeptegel, of ik trapte in een hondendrol. Dat moet je op de koop toe nemen als je naar boven loopt te turen op zoek naar gevelstenen en mooie ornamenten op de huizen. Als je goed om je heen kijkt zie je de mooiste details. Van de gevelstenen met boek maakte ik deze ‘boekenmuur’. 

1e rij: Amsterdam: Amsterdams Museum (2x) – Klimomstraatje – Anjeliersstraat
2e rij: Delft Halsteeg – Amsterdam Voormalige Stadstimmertuin – Spuistraat – Middelburg Lange Delft
3e rij: Wijk bij Duurstede Peperstraat Grote Kerk – Luzern (CH) Frankenstrasse en Herteinstrasse – Amsterdam Bloemstraat
4e rij: Zuthpen Oudewand – Wageningen Burgtstraat – Amsterdam Egelantiersstraat – Leipzig (DL) Gutenbergplatz

Bonifatius – die wij kennen van Dokkum – was eerder in Dorestad

In Dorestad – waar nu Wijk bij Duurstede ligt – heeft rond 716 Bonifatius voet aan wal gezet, zo blijkt uit deze gevelsteen. En dat hij een belezen man was, moge ook duidelijk zijn.

Maar hoe zat het eigenlijk met deze kerkhervormer? We kennen hem van Dokkum, niet zozeer van Dorestad. Een rondje langs google en wikipedia levert dit levensverhaal op. 

Dorestad was eind 7e eeuw een van de belangrijkste handelsplaatsen in Noordwest-Europa. Het lag bij de splitsing van Rijn en Lek, in het land van de Friezen. De stad was eind 7e eeuw vaak inzet van oorlog tussen de Friezen en de Franken. Rond 719 kwam Dorestad in Frankische handen. Het gebied ten zuiden van de Rijn tot aan de zee werd Frankisch, maar de macht van de Friezen in het rivierengebied ging niet helemaal verloren. Zij bleven baas in het gebied van de Utrechtse Vecht.
Rond die tijd – 716 – verliet Bonifatius (toen nog Winfried geheten) zijn geboorteland Engeland voor zijn eerste missie naar Friesland. Hij wilde de bewoners bekeren tot het christendom door in hun eigen taal tot hen te prediken. Zijn eigen Angelsaksisch (Oudengels) was verwant aan het Oudfries, vandaar deze keuze. De eerste zendingsreis werd een mislukking door de strijd die daar op dat moment gevoerd werd. Winfried werd  gedwongen huiswaarts te keren.

In 718 verzocht hij de paus om goedkeuring om de Germanen te bekeren tot het christendom. De paus gaf toestemming en hij gaf Winfried een nieuwe naam: Bonifatius (hij die het goede doet).

Na het terugdringen van de Friezen, in 719, kon het missioneringswerk worden voortzetten. Bonifatius assisteerde hierbij. Hij werd daarna aangewezen als opvolger van de bisschop, maar Bonifatius gaf de voorkeur aan het missioneringswerk en weigerde. Hierop benoemde de paus hem tot bisschop-missionaris van de Germaanse gebieden om deze zo onder het gezag te brengen van de kerk van Rome. 
Tot zover zijn missiewerk rondom Dorestad.

Om het verhaal compleet te maken – we kennen Bonifatius immers allemaal van zijn dood bij Dokkum – het vervolg:

Bonifatius heeft zijn hele leven in dienst gesteld om het christendom te predikken in Europa. Ook voor het niet-christelijke Friesland heeft hij verschillende pogingen ondernomen de heidenen tot het christendom te bekeren. Als bejaarde kerkelijk leider trok hij in 754 naar Friesland en doopte daar grote aantallen Friezen. Ook belegde hij een bijeenkomst om de bekeerlingen het sacrament van het heilig vormsel toe te dienen. Hij sloeg daarvoor in Dokkum zijn kamp op. Maar in plaats van daar zijn bekeerlingen te treffen, werd hij overvallen door een groep gewapende Friezen die hem op 5 juni 754 doodde, samen met zijn 52 metgezellen.

Lezende vrouw bij de herenloge

De Vrijmetselarij is alleen toegankelijk voor heren. Toch zitten boven de ingang van hun loge in Den Haag twee dames die de wacht houden. 

Deze voorste dame heeft een boek in haar hand, die had dus mijn specifieke aandacht.

En de lezende dame hier vooraan op de stoep hield weer hele andere dingen in de gaten, via haar mobieltje.

2e Sweelickstraat 131 in Den Haag