Schrijven boven de deur

Vond ik kort geleden nog ‘lezen boven de deur’, op deze strooptocht vond ik ‘schrijven boven de deur’. Een gevelsteen ter nagedachtenis aan Fred Thomas.

Thomas (1906-1959) – geboren op de Prinsengracht – was journalist en schrijver en werkte bij het dagblad De Tijd. Hij had bijzondere belangstelling voor het lot van de bewoners rondom de Zuiderzee en was jarenlang secretaris van het Landelijk Comité tot Behoud van de Zuiderzee.

Lezen boven de deur

Je loopt enig risico als je omhoog kijkend door de stad loopt – struikelen over losliggende stoeptegels, tegen voorbijgangers aanlopen – maar je ontdekt zoveel moois. Op één en twee hoog is van alles te zien. Deze gevelsteen bijvoorbeeld, met spelende en lezende kindertjes. 

Amsteldijk in Amsterdam

Jacobus de Meerdere

In Utrecht is een gevelsteen met Sint Jacobus. Om precies te zijn, Jacobus de Meerdere, een van de twaalf apostelen van Jezus. Hij wordt de Meerdere genoemd om hem te onderscheiden van zijn naamgenoot die Jacobus de Mindere wordt genoemd. In het Spaans wordt zijn naam verkort tot Santiago.

Volgens de overlevering leverde de koning van Asturië (een koninkrijkje in Spanje) in 844 een veldslag tegen de Moren, waarbij het leger van de koning onverwacht hulp kreeg van een geheimzinnige ruiter die de Moren doodde. Het lag voor de hand dat de ruiter niemand anders was dan Sint-Jacobus, die sindsdien patroonheilige is van Spanje en in het bijzonder van Santiago de Compostella.

Jacobus staat hier afgebeeld met de mantelschelp, ook wel de Sint-Jacobsschelp genoemd, zijn staf en een boek. 

Gevelbibliotheek

Hij staat al op honderden websites, en iedere boekenliefhebber kent hem wel. Maar op mijn site ontbrak hij nog. De stenen boekenkast in de Lootsstraat, om de hoek bij de Kinkerstraat in Amsterdam. 

De ‘Gevelbibliotheek’ is een eerbetoon aan de dichters en schrijvers die in de buurt een straatnaam hebben, zoals Jacob van Lennep, Cornelis Loots, Jan Pieter Heije en Johannes Kinker. Er staan ongeveer 250 oude boeken in. 
Het ontwerp van de boekenruggen is geïnspireerd op de typografische Letterproef (1800) van Lettergieterij Joh. Enschedé in Haarlem. De boeken zijn gemaakt door de Amsterdamse keramiekbakker Pieter Kemink en wegen per stuk ongeveer 25 kilo.

Zutphen boekenstad

De meest echte boek-gevelsteen, een mooi uithangbord, lezende beeldjes en een prachtige bibliotheek in een kerk: Zutphen heeft het allemaal. 

Deze gevelsteen hangt aan de Oudewand. 
En iets verderop in de straat hangt dit uithangbord. 

Boven het zijportaal van de Walburgiskerk houdt deze heilige de wacht. Ze heeft niet een echt boek in handen, eerder een leporello. Als je goed kijkt zijn de pagina’s als een harmonica gevouwen. 

En aan de Rozengracht stond ooit het Dominicanenklooster. Het gebouw dat als refter diende is er nog, met tussen de ramen dit beeldje. 

En tot slot een van de mooiste bibliotheken van ons land, in de Broederenkerk. 

Met deze kerkdeur die toegang geeft tot de kantoren. De deur die toegang biedt tot het bibliotheekkantoor waar ik werk, ziet er heel wat alledaagser uit.

Bijbelse gevelstenen

In de Noorderkerkstraat vond ik dit kleine gevelsteentje. De tekst eronder: Eccie ancilla Domini[sum]: fiat mini secundum verbum tuum. 
De vertaling kreeg ik van de lerares Klassieke Talen van m’n kinderen, het is een bijbels citaat: Zie, ik ben de dienares van God, moge het mij vergaan volgens jouw woord.

In het Begijnhof en op de Spiegelgracht hangen nog twee ‘bijbelse’ gevelstenen. Alhoewel de gevelsteen in het Begijnhof niet zo ingetogen is als het bijschrift doet verwachten. 

Heilige Ursula

Boven een van de poortjes van het Begijnhof houdt de heilige Ursula de wacht. Onder  haar gespreide armen beschermt ze enkele van de ‘11.000’ maagden met wie zij op de vlucht was voor haar vader, de heidense Engelse vorstenzoon Ethericus, die haar wilde uithuwelijken. Het aantal van 11.000 berust vermoedelijk op een foute interpretatie van de oorspronkelijke tekst. Daar stond XI M, waarbij de M als duizend is geïnterpreteerd, maar waarschijnlijk was deze letter bedoeld als afkorting voor ‘martelaren’.
Een van de maagden heeft een bijbelboek onder haar arm.

Sluitsteen boven het poortje van het Begijnhof in de Gedempte Begijnensloot, Amsterdam

Een muur van gevelstenen

Soms struikelde ik bijna over een losliggende stoeptegel, of ik trapte in een hondendrol. Dat moet je op de koop toe nemen als je naar boven loopt te turen op zoek naar gevelstenen en mooie ornamenten op de huizen. Als je goed om je heen kijkt zie je de mooiste details. Van de gevelstenen met boek maakte ik deze ‘boekenmuur’. 

1e rij: Amsterdam: Amsterdams Museum (2x) – Klimomstraatje – Anjeliersstraat
2e rij: Delft Halsteeg – Amsterdam Voormalige Stadstimmertuin – Spuistraat – Middelburg Lange Delft
3e rij: Wijk bij Duurstede Peperstraat Grote Kerk – Luzern (CH) Frankenstrasse en Herteinstrasse – Amsterdam Bloemstraat
4e rij: Zuthpen Oudewand – Wageningen Burgtstraat – Amsterdam Egelantiersstraat – Leipzig (DL) Gutenbergplatz

Bonifatius – die wij kennen van Dokkum – was eerder in Dorestad

In Dorestad – waar nu Wijk bij Duurstede ligt – heeft rond 716 Bonifatius voet aan wal gezet, zo blijkt uit deze gevelsteen. En dat hij een belezen man was, moge ook duidelijk zijn.

Maar hoe zat het eigenlijk met deze kerkhervormer? We kennen hem van Dokkum, niet zozeer van Dorestad. Een rondje langs google en wikipedia levert dit levensverhaal op. 

Dorestad was eind 7e eeuw een van de belangrijkste handelsplaatsen in Noordwest-Europa. Het lag bij de splitsing van Rijn en Lek, in het land van de Friezen. De stad was eind 7e eeuw vaak inzet van oorlog tussen de Friezen en de Franken. Rond 719 kwam Dorestad in Frankische handen. Het gebied ten zuiden van de Rijn tot aan de zee werd Frankisch, maar de macht van de Friezen in het rivierengebied ging niet helemaal verloren. Zij bleven baas in het gebied van de Utrechtse Vecht.
Rond die tijd – 716 – verliet Bonifatius (toen nog Winfried geheten) zijn geboorteland Engeland voor zijn eerste missie naar Friesland. Hij wilde de bewoners bekeren tot het christendom door in hun eigen taal tot hen te prediken. Zijn eigen Angelsaksisch (Oudengels) was verwant aan het Oudfries, vandaar deze keuze. De eerste zendingsreis werd een mislukking door de strijd die daar op dat moment gevoerd werd. Winfried werd  gedwongen huiswaarts te keren.

In 718 verzocht hij de paus om goedkeuring om de Germanen te bekeren tot het christendom. De paus gaf toestemming en hij gaf Winfried een nieuwe naam: Bonifatius (hij die het goede doet).

Na het terugdringen van de Friezen, in 719, kon het missioneringswerk worden voortzetten. Bonifatius assisteerde hierbij. Hij werd daarna aangewezen als opvolger van de bisschop, maar Bonifatius gaf de voorkeur aan het missioneringswerk en weigerde. Hierop benoemde de paus hem tot bisschop-missionaris van de Germaanse gebieden om deze zo onder het gezag te brengen van de kerk van Rome. 
Tot zover zijn missiewerk rondom Dorestad.

Om het verhaal compleet te maken – we kennen Bonifatius immers allemaal van zijn dood bij Dokkum – het vervolg:

Bonifatius heeft zijn hele leven in dienst gesteld om het christendom te predikken in Europa. Ook voor het niet-christelijke Friesland heeft hij verschillende pogingen ondernomen de heidenen tot het christendom te bekeren. Als bejaarde kerkelijk leider trok hij in 754 naar Friesland en doopte daar grote aantallen Friezen. Ook belegde hij een bijeenkomst om de bekeerlingen het sacrament van het heilig vormsel toe te dienen. Hij sloeg daarvoor in Dokkum zijn kamp op. Maar in plaats van daar zijn bekeerlingen te treffen, werd hij overvallen door een groep gewapende Friezen die hem op 5 juni 754 doodde, samen met zijn 52 metgezellen.