Anonymus in Boedapest

De reisgidsen claimen dat dit zo’n beetje het beroemdste beeld is van Boedapest. Anonymus staat bij de Vajdahunyadburcht in het grote stadspark Városligeti tö (onuitspreekbare namen voor ons). Anonymus is de naamloze kroniekschrijver uit de middeleeuwen die in de tijd van Koning Béla lll, rond de 13e eeuw, de eerste Hongaarse geschiedschrijving schreef, Gesta Hungarorum.

Het is schoolreisjestijd én mooi weer. Aan het eind van de dag krijgen de kinderen een ijsje. 
De vioolspeler speelt er handig op in. Hij speelt Hongaarse kinderliedjes en alle kinderen klimmen op het beeld en zingen vrolijk mee. 

Zutphen boekenstad

De meest echte boek-gevelsteen, een mooi uithangbord, lezende beeldjes en een prachtige bibliotheek in een kerk: Zutphen heeft het allemaal. 

Deze gevelsteen hangt aan de Oudewand. 
En iets verderop in de straat hangt dit uithangbord. 

Boven het zijportaal van de Walburgiskerk houdt deze heilige de wacht. Ze heeft niet een echt boek in handen, eerder een leporello. Als je goed kijkt zijn de pagina’s als een harmonica gevouwen. 

En aan de Rozengracht stond ooit het Dominicanenklooster. Het gebouw dat als refter diende is er nog, met tussen de ramen dit beeldje. 

En tot slot een van de mooiste bibliotheken van ons land, in de Broederenkerk. 

Met deze kerkdeur die toegang geeft tot de kantoren. De deur die toegang biedt tot het bibliotheekkantoor waar ik werk, ziet er heel wat alledaagser uit.

Sint Gertrudis en Sint-Nicolaas

Al honderden keren was ik er langs gelopen, maar nog nooit binnen geweest: de Sint-Nicolaaskerk tegenover het Centraal in Amsterdam. Ik zag er drommen toeristen in en uitgang, dus ineens dacht ik, waarom ik niet. 
Wat een rijk bewerkte kerk, wel donker, maar overal kleuren, goud en versierselen. En bij het altaar zag ik de Heilige Gertrudis staan, de naamheilige van Geertruida Schmitz, met boek. Zij heeft een prominente plaats in de kerk gekregen, omdat ze een groot geldbedrag had gedoneerd voor de bouw.

Drukwerk in Gouda

In het oudste deel van Gouda, aan de Molenwerf, hangt deze steen. Een tafereel met iets van een schoolklasje. Kinderen met een boekje en een man met zijn wijsvinger in de lucht. Een typische leraarspose.
Misschien komt het drukwerk dat de kinderen in hun hand hebben wel bij Gheraert Leeu vandaan.

Gheraert Leeu (±1445-1492) was drukker en uitgever in Gouda. Hij drukte niet alleen bijbels en didactische boeken, hij legde eigenlijk alles op zijn persen, van getijden- en gebedenboeken, heiligenlevens, almanakken tot rechtsboeken, politieke pamfletten. en reisbeschrijvingen. Vaak plaatste hij aan het eind van de teksten een colofon, waarin hij aangaf wie de tekst gedrukt had, waar het gedrukt was en wanneer: ‘Dit boexkijn is volmaect ter goude in hollant by my geraert leeu Anno lxxviij, den eerste dach van april’.
Leeu is tragisch aan zijn einde gekomen. Tijdens een ruzie met een van zijn letterstekers raakte hij dodelijk gewond en overleed.
In Gouda, op het Willem Vroesenplein, staat een standbeeld van Gheraert Leeu.

Bronzen beeld van Roel Bendijk, 1976

Lezend engeltje

In hetzelfde stadhuis in Zürich, verborgen in een donker hoekje, vond ik ook dit schattige engeltje. Ze leest niet, maar wil ons iets laten zien uit haar boekje, want ze houdt het naar ons toegekeerd. 

Winterse schrijvers

Het was koud in Zürich. ’s Nachts was het begonnen te sneeuwen en een laagje wit bedekte de stad en de bergen erom heen. Ook James Joyce heeft een sneeuwjas aan.
James Joyce, geboren in Ierland in 1882, woonde lange tijd in Italië met zijn vrouw Nora en hun zoon. Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonden ze in Zwitserland, waar Joyce begon aan Ulysses. In 1940 vluchtte het gezin opnieuw naar Zürich, waar hij een paar maanden later overleed.
Hij ligt begraven op het Friedhof Fluntern en op zijn graf staat zijn bronzen beeltenis.

De sneeuw zorgt voor een stemmige sfeer, maar het boekje in zijn linker hand is door de witte deken minder goed zichtbaar. 
Het beeld is gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Milton Hebald.

Naast Joyce ligt Elias Canetti. Op dit graf geen lezend beeld, maar de sneeuw zorgt voor prachtige letters. Niet direct een leeftijdgenoot (Bulgarije 1905 – Zürich 1994) maar evenals Joyce een groot schrijver. In 1981 won hij de Nobelprijs voor de literatuur.

Lezende schrijvers bij Amsterdamse Schouwburg

Op de plaats van de eerste Amsterdamse Schouwburg, aan de Keizersgracht (nummer 384), hangt dit beeld. ‘Hooft, Coster en Vondel, Pioniers van het Nederlands Toneel’ staat op de plakkette eronder. Verder staan er vier jaartallen vermeld: 1617, 1637, 1772 en 1983.

Deze schouwburg, van Jacob van Campen, was de eerste stadsschouwburg van Amsterdam, gebouwd in 1637, in 1772 afgebrand; alleen de poort van de schouwburg bleef behouden.
In 1983 is dit beeld onthuld.
Blijft over het jaartal 1617; dit jaartal verwijst naar de opzet van de Rederijkers.

De Rederijkers waren amateurdichters en voordrachtkunstenaars die zich vanaf 16e eeuw gingen organiseren in verenigingen. In 1617 richtten zij, onder leiding van toneelschrijver Samuel Coster, de ‘Academie’ op, naar Italiaans voorbeeld. Het doel was de verspreiding van kunst en wetenschap. In de loop van de welvarende Gouden Eeuw ontstond de behoefte aan een permanent theatergebouw. Jacob van Campen kreeg de opdracht dit theater te ontwerpen, ook weer naar Italiaans voorbeeld.
De schouwburg zou op 26 december 1637 officieel worden geopend met Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel. Echter de leden van de kerkenraad verhinderden de première op tweede kerstdag. Zij beklaagden zich over een roomse scène in het stuk. Op 3 januari 1638 werd de schouwburg alsnog geopend met een aangepaste ‘Gijsbrecht’. De opvoering van dit toneelstuk is eeuwenlang een traditie geweest, aanvankelijk als kerstspel, later op nieuwjaarsdag. De traditie hield stand tot 1968. Toen nam de populariteit van de Gijsbrecht snel af, tradities verloren het van vernieuwing en de Gijsbrecht stond daarbij – als symbool van traditie – aan de verkeerde kant.

Begin deze eeuw is de traditie nieuw leven in geblazen, tussen 2012 en 2014 is het stuk weer een aantal keer opgevoerd op en rond nieuwjaarsdag in de Schouwburg van Amsterdam, nu aan het Leidseplein.

Waarom P.C. Hooft hier afgebeeld staat kan ik nergens terugvinden. Waarschijnlijk omdat hij, naast Joost van den Vondel, gezien wordt als een van de belangrijkste dichters en toneelschrijvers uit die tijd.

Lezende vrouw bij de herenloge

De Vrijmetselarij is alleen toegankelijk voor heren. Toch zitten boven de ingang van hun loge in Den Haag twee dames die de wacht houden. 

Deze voorste dame heeft een boek in haar hand, die had dus mijn specifieke aandacht.

En de lezende dame hier vooraan op de stoep hield weer hele andere dingen in de gaten, via haar mobieltje.

2e Sweelickstraat 131 in Den Haag

Gevelsteen met boeken

Hoe vaak ben ik hier langsgelopen? Tientallen, honderden keren. Dit gebouw staat naast de letterenfaculteit waar ik zes jaar gestudeerd heb, in de Spuistraat 116. Maar nog nooit is dit beeldje, een gevelsteen eigenlijk, mij opgevallen. Ik moest het via internet vinden. Het gebouw heeft ooit een drukkerij / uitgeverij gehuisvest. 

Ook aan de Singelkant heeft het gebouw een toepasselijke gevelsteen.

De Spuistraat moet ooit een rijke boekenstraat zijn geweest, op nummer 283 vond ik deze gevelsteen. 

De vader van Ot en Sien

Roden, in het noorden van Drenthe, is het dorp van Ot en Sien. Hindericus Scheepstra was een van de twee schrijvers van de verhalen van deze buurkindertjes. Hij werd in 1859 geboren in Roden en wordt daar geëerd met een standbeeld van Kiki Meyer. 

Iets verderop op de Brink staan de twee buurkindertjes.