Winterse schrijvers

Het was koud in Zürich. ’s Nachts was het begonnen te sneeuwen en een laagje wit bedekte de stad en de bergen erom heen. Ook James Joyce heeft een sneeuwjas aan.
James Joyce, geboren in Ierland in 1882, woonde lange tijd in Italië met zijn vrouw Nora en hun zoon. Tijdens de Eerste Wereldoorlog woonden ze in Zwitserland, waar Joyce begon aan Ulysses. In 1940 vluchtte het gezin opnieuw naar Zürich, waar hij een paar maanden later overleed.
Hij ligt begraven op het Friedhof Fluntern en op zijn graf staat zijn bronzen beeltenis.

De sneeuw zorgt voor een stemmige sfeer, maar het boekje in zijn linker hand is door de witte deken minder goed zichtbaar. 
Het beeld is gemaakt door de Amerikaanse kunstenaar Milton Hebald.

Naast Joyce ligt Elias Canetti. Op dit graf geen lezend beeld, maar de sneeuw zorgt voor prachtige letters. Niet direct een leeftijdgenoot (Bulgarije 1905 – Zürich 1994) maar evenals Joyce een groot schrijver. In 1981 won hij de Nobelprijs voor de literatuur.

Bijbelse gevelstenen

In de Noorderkerkstraat vond ik dit kleine gevelsteentje. De tekst eronder: Eccie ancilla Domini[sum]: fiat mini secundum verbum tuum. 
De vertaling kreeg ik van de lerares Klassieke Talen van m’n kinderen, het is een bijbels citaat: Zie, ik ben de dienares van God, moge het mij vergaan volgens jouw woord.

In het Begijnhof en op de Spiegelgracht hangen nog twee ‘bijbelse’ gevelstenen. Alhoewel de gevelsteen in het Begijnhof niet zo ingetogen is als het bijschrift doet verwachten. 

Amsterdamse boekwinkels

Een paar plaatjes van Amsterdamse boekwinkels. In het buitenland fotografeer is ze vaak, waarom dan ook niet in eigen stad. Antiquariaat Brinkman zit op Singel, hoek Raamsteeg.

De ballonnen bij Athenaeum aan het Spui hangen er denk ik vanwege de directeurswissel.

En de in Oost-Europese literatuur gespecialiseerde boekhandel Pegasus zit ook op het Singel. 

Lezende schrijvers bij Amsterdamse Schouwburg

Op de plaats van de eerste Amsterdamse Schouwburg, aan de Keizersgracht (nummer 384), hangt dit beeld. ‘Hooft, Coster en Vondel, Pioniers van het Nederlands Toneel’ staat op de plakkette eronder. Verder staan er vier jaartallen vermeld: 1617, 1637, 1772 en 1983.

Deze schouwburg, van Jacob van Campen, was de eerste stadsschouwburg van Amsterdam, gebouwd in 1637, in 1772 afgebrand; alleen de poort van de schouwburg bleef behouden.
In 1983 is dit beeld onthuld.
Blijft over het jaartal 1617; dit jaartal verwijst naar de opzet van de Rederijkers.

De Rederijkers waren amateurdichters en voordrachtkunstenaars die zich vanaf 16e eeuw gingen organiseren in verenigingen. In 1617 richtten zij, onder leiding van toneelschrijver Samuel Coster, de ‘Academie’ op, naar Italiaans voorbeeld. Het doel was de verspreiding van kunst en wetenschap. In de loop van de welvarende Gouden Eeuw ontstond de behoefte aan een permanent theatergebouw. Jacob van Campen kreeg de opdracht dit theater te ontwerpen, ook weer naar Italiaans voorbeeld.
De schouwburg zou op 26 december 1637 officieel worden geopend met Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel. Echter de leden van de kerkenraad verhinderden de première op tweede kerstdag. Zij beklaagden zich over een roomse scène in het stuk. Op 3 januari 1638 werd de schouwburg alsnog geopend met een aangepaste ‘Gijsbrecht’. De opvoering van dit toneelstuk is eeuwenlang een traditie geweest, aanvankelijk als kerstspel, later op nieuwjaarsdag. De traditie hield stand tot 1968. Toen nam de populariteit van de Gijsbrecht snel af, tradities verloren het van vernieuwing en de Gijsbrecht stond daarbij – als symbool van traditie – aan de verkeerde kant.

Begin deze eeuw is de traditie nieuw leven in geblazen, tussen 2012 en 2014 is het stuk weer een aantal keer opgevoerd op en rond nieuwjaarsdag in de Schouwburg van Amsterdam, nu aan het Leidseplein.

Waarom P.C. Hooft hier afgebeeld staat kan ik nergens terugvinden. Waarschijnlijk omdat hij, naast Joost van den Vondel, gezien wordt als een van de belangrijkste dichters en toneelschrijvers uit die tijd.